Vandaag word ik 34 en dacht ik aan veel dingen.
Ik dacht aan mijn werk en hoe sterk dat mijn leven beïnvloedt en ik vroeg me af of ik tevreden moest zijn.
En daarom dacht ik ook aan anderen. Ik dacht aan het Italiaanse meisje dat lesgeefster is en dat elke dag om vier uur opstaat om de trein naar Rome te nemen en om daar te wachten tot ze al dan niet wordt opgeroepen om een vervanging te doen. Al tien jaar lang.
En ik dacht aan de moeder van de vriend van mijn zoon die niet gaat werken en geobsedeerd is door de schoolresultaten van haar kinderen en van andere kinderen.
En ik dacht aan Mme Zsazsa die zegt dat ze in het leven enkel dingen doet die ze graag doet.
En ik dacht aan mijn eigen job en aan de dingen die ik geleerd heb. Aan de ongelooflijk verschillende cursussen die ze me al hebben doen geven en aan de vele keren dat ik met overtuiging verkeerde dingen zei en achteraf met hangende pootjes moest terugkomen.
En ik dacht aan al de verspilde uren op het internet en aan alle nuttige dingen die ik in die tijd had kunnen doen.
En ik dacht aan de succesvolle collega’s bij wie alles van zelf lijkt te gaan en wiens publicatielijst tien keer langer is dan de mijne.
En ik dacht aan mijn vrienden opvoeders die thuiskomen na hun dagjob en er honderd procent voor de kinderen zijn.
En ik dacht aan de moeder van een ander vriendje met een fulltime bedrijfsjob die dezelfde strijd strijdt als wij en me belt als ze niet op tijd in de naschoolse opvang geraakt.
En ik dacht aan oudere mensen die me zeiden dat ze geleefd hadden voor hun job en op oudere leeftijd vaststelden dat het niet de moeite was geweest.
En ik dacht aan de sympathieke collega’s en hoe goed ik hen ken en hoe ik hen zou missen als ik de deur daar dichttrek.
En ik dacht aan de slangen en haaien waarvan er een paar mooie exemplaren zijn tussen mijn collega’s.
En ik dacht aan de studenten die ik bij thesissen begeleid heb en aan hun dankbaarheid voor het werk dat je voor hen deed, en ik dacht hoe onervaren ik daar nog in ben, en hoe veel beter ze af zijn bij ervaren collega’s.
En ik dacht aan de studenten die bij de evaluaties van de cursussen op onverbloemde manier mijn lessen de grond in boren. En aan de studenten die bescheiden en vriendelijk hun mening uiten.
En ik kwam tot een besluit: het besluit dat niets besloten kan worden. Dat mijn werk complex is zoals het leven zelf. En dat als ik niet ‘judgemental’ wil zijn over anderen en hun doen en laten, ik dat ook niet meer moet zijn over mijn eigen keuzes. Ik ben er in terecht gekomen en als ik alles op voorhand had geweten was ik hier waarschijnlijk allemaal nooit aan begonnen. Maar nu zit ik op de trein en voorlopig rijd ik verder. Ik zie wel waar ik uitkom.
