Ingedeeld onder: Senza Categoria
Als ik mijn oudste zoontje naar de kleuterschool breng, kan ik hem altijd nog even bestuderen door het raam. Vanochtend was hij druk aan het spelen met een aantal andere kinderen. Ze gaven elkaar een handje, vormden een kringetje, lieten zich op de grond vallen en begonnen opnieuw. Wat een gek spel. Hoe komen ze ertoe zoiets te spelen ? Dan weet ik weer dat de kinderwereld een wereld apart is, met een eigen, mysterieuze taal, een voor ons niet te doorgronden logica. En als ik dan thuis kom moet ik weer aan de slag: Husserl, Merleau-Ponty… Misschien zijn ze wel kinderspel in vergelijking met de kleuterlogica.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Wat is er leger dan een lege inbox ? Een inbox waaruit je net het afwijzingsberichtje hebt weggeklasseerd, om je ego nog even iets wijs te maken en de afwijzing niet honderd keer opnieuw te moeten zien. Ze zijn aan het onderhandelen met een andere kandidaat. Dat is duidelijk. En het gekke is. Ik blijf klikken. Ik blijf wachten. Waarop ? Dat is nu juist het “lege” van het legeinboxsyndroom.
Ingedeeld onder: Senza Categoria

Terwijl de helft van de wereldbevolking zich beklaagt over uitpuilende mailboxen, lijd ik aan het lege-inboxsyndroom. Niet dat mijn inbox helemaal leeg is. (Hey, I do live in this century)… Maar die ene mail. Over dat ene jobinterview. U raadt het al. In plaats van nu eindelijk die thesis af te maken slijt ik mijn dagen en vingers om 100 keer te controleren. So, please, sympathieke mevrouw uit een sympathiek land die mij zo sympathiek onthaalde, just press send, OK ?
Ingedeeld onder: Senza Categoria

“Gemene Vlamingen!” Ik heb het nog redelijk braaf vertaald. Toen ik op het vliegtuig stapte, was een Italo-Belg zich aan het opwinden omdat de Vlaamse airhostessen hem in het Engels hadden aangesproken. Net toen ik voorbij hem liep, weerklonk het luid: “Questo cazzo di fiamminghi”. Ik kreeg er nog net uit: “Heu… Excuseer?” De iets oudere man had me duidelijk gehoord, keek me een beetje verbaasd aan, maar schrompelde niet bepaald van schroomte in elkaar.
Ik ben allesbehalve Vlaamsgezind, maar zo’n verwijt horen doet toch wel vreemd, en eigenlijk was ik echt beledigd. Het is ook opvallend dat iemand dat eigenlijk zomaar ongestraft in een vliegtuig kan roepen. Niemand haalt het in zijn hoofd zo luid te roepen “die vuile negers” of “gemene jood” of “spaghettivreter” (google-zoekers: dit is geen extreem rechtse site). Dat is al bijna genoeg om een proces te krijgen. Maar over Vlamingen kan het blijkbaar wel. De haat is blijkbaar niet alleen groot genoeg om zoiets uit te roepen, de Vlamingen moeten als “dominerende” groep (ook al zullen ze het er zelf niet mee eens zijn) ook op niet veel sympathie of medeleven van andere bevolkingsgroepen rekenen.
Enfin. Misschien overdrijf ik het ook wat allemaal. Misschien was het alleen maar een vieux fou. Die bestaan in alle talen en alle kleuren.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Vroeger al kloeg mijn moeder dat ik nooit op café ging, zelden met vrienden afsprak… Op de univ was ik ervoor bekend alle feestjes getrouw over te slaan. En nu … Eigenlijk ga ik best veel (en min of meer spontaan) naar congressen. Maar mijn sociaal gedragspatroon is daar eigenlijk totaal niet op ingesteld. Behalve mijn technisch probleem dat ik geen gezichten kan onthouden en dus meer dan eens met mijn mond vol tanden sta omdat ik personen gewoon niet herken, zou ik eigenlijk liefst hebben dat er op zo’n congres niemand iets tegen mij zegt (behalve dan een discreet compliment voor de paper misschien) en dat ik tegen niemand iets hoef te zeggen. Maar omdat dat natuurlijk niet kan richt ik het woord toch af en toe ook op een congres tot de medemens. Nu ik er al een paar gedaan heb, weet ik dat het bij die gelegenheden een normaal verschijnsel is dat mensen je midden in de zin laten staan omdat ze iemand zien die die meer voor hen kan opleveren dan een eeuwige phd-mama …. Het academische ladder-effect, zeg maar. En dan denk ik weer dat ik me toch nooit één van hen zal voelen. I just don’t fit in.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Vandaag in Sicilië aangekomen voor een congres. Alles ging goed tot ik in Catania op de luchthaven aankwam. Toen heb ik me laten verleiden door een heerlijke slice pizza met ham en rucola en heb hierdoor net de bus naar Taormina, mijn eindbestemming, gemist.
Na twee uur op de volgende bus gewacht te hebben en nog twee uur op die bus te hebben gezeten een halte te ver afgestapt. Samen met een oudere professor (een Italiaan die vanaf zijn 17de in de US woont) eerst op de bus in andere richting gewacht en na een kwartier toch maar te voet vertrokken. Ongeveer vier km met onze koffers.
Uitgeput in mijn veel te dure hotelkamer gedoken (het is een lang verhaal maar het komt er op neer dat ik geen andere keuze had wat het hotel betreft) en net gemerkt ongewild een fortuin te hebben uitgegeven aan twee blikjes cola en twee versnaperingen uit de minibar. Nogmaals mijn vraatzucht vervloekt.
Ook nog vastgesteld: dat ik een paper heb geschreven in mijn gebrekkig engels en dat het ook in het Italiaans had gemogen
En nog: na twee uur proberen mijn laptop (tegen betaling !) aan internet kunnen aansluiten in de hoop op een antwoor van het jobinterview (dat ging vandaag komen) maar natuurlijk duizend berichten behalve dat !
Enfin. Hopelijk gaat het de volgende dagen wat beter…![]()
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Hier zit ik dan. In een hotelkamer in Noord-Nederland. Morgen heb ik een sollicitatiegesprek voor een docentschap. Kans op slagen ? Rond de 2 procent denk ik. Met die slaagkans voor ogen kan ik me ook niet supermotiveren om me nog uren aan een stuk voor te bereiden op mogelijke vragen. In de plaats daarvan komen allerlei twijfels opzetten. Waar ben ik weer allemaal mee bezig ? Ik en M. hebben de laatste jaren al aan zoveel dingen meegedaan die we nooit kregen. Onze dromen achterna, maar zonder dat ze ooit vervuld werden. Ja, en die zoete dromen krijgen dan toch wel een bitter bijsmaakje… Hoe lang nog ? Wanneer weten we eindelijk waar we volgend jaar gaan wonen? Naar welke school onze kinderen zullen gaan ? Waar ze hun leven gaan uitbouwen ? Wanneer zal ik stoppen met honderd (onrealistische) levens uit te stippelen ?
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Ok, meneer Wilders, u staat graag in the spotlights
, maar moet u zich dan ook zo graag belachelijk maken ? Of kon u echt op niks beters komen ? U wilt een “Groot rijk der Nederlanden”, en het “Vlaams” belang vindt dat een goed idee ? Persoonlijk heb ik niks tegen onze lieve Nederlandse buren, maar als het Vlaams belang de grootste groep van zijn kiezers, nlk. de Antwerpenaren, zou kennen, dan zou het hen misschien toch al zijn opgevallen dat Antwerpenaren niet echt hun schoonste vocabulaire bovenhalen als ze het over de “Ollanders” hebben ? Ik kan me moeilijk voorstellen dat de één op drie Vlaams Belangkiezers die deze stad rijk (bij wijze van spreken) is daar anders over denkt. Trouwens, ik zie ook de doorsnee-Belg, met alle respect, zich nog niet direct in het oranje hullen of zich van oranje accessoires (zie klompen of oranje-getinte Heinekenhoed) voorzien (enfin, ik zal voor mezelf spreken …)
In elk geval, mr. Wilders en compagnie, als ik in jullie plaats was zou ik al maar eens beginnen nadenken over een andere publiciteitsstunt… En euh… Neem gerust jullie tijd.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Agamben ziet er een sympathieke Italiaanse filosoof uit, niet waar ? Het type waarmee je wel eens toevallig een filosofisch boompje zou willen opzetten rond een espresso in een Venetiaans cafeetje? Tenzij je natuurlijk beroepshalve een van zijn cryptische boeken hebt moeten lezen…
Dan dreigt die zin om te slaan in allerlei onsympathieke neigingen ten opzichte van deze ongetwijfeld nog steeds sympathieke, maar uiterst “geleerde” persoon… Dergelijke neigingen kwamen weer opzetten nu ik mij nog eens (noodgedwongen) door het boekje Quel che resta di Auschwitz (in het Engels: Remnants of Auschwitz) heb geworsteld.
Nu is in theorie het niet mijn bedoeling mijn virtuele lezer met de saaiste delen van mijn leven te confronteren, maar aangezien die virtuele lezer ongeveer onbestaande is (met enkele dierbare uitzonderingen), probeer ik nu toch even het saaiste aspect van mijn bestaan wat kleur te geven door het op mijn (quasi) ongelezen blog te gooien. Puur egoïsme, in andere woorden.
Bon, veel heb ik er (alweer) niet van begrepen. Misschien komt dat omdat ik het moeilijk vind om een boek (om het even welk boek, maar in het bijzonder dit boek) van het begin tot het einde te lezen. Ik zou eigenlijk een cursus “hoe niet diagonaal te lezen” moeten volgen, maar ik geloof dat dat wat tegen de tijdsgeest in gaat. Toch heb ik een vermoeden dat ik in deze tijd niet de enige ben die aan deze kwaal lijd. Vooral naar het einde toe wordt dat horizontaal lezen toch wel erg moeilijk. Anyway.
Wat ik nu eindelijk wel denk te begrijpen is dat Agamben in Remnants of Auschwitz een soort “ethiek van de getuigenis” heeft willen omschrijven. Welke “ethische” implicaties heeft de getuigenis. Welke rol spelen bv. verantwoordelijkheid of schaamte in de getuigenis ? En vooral dan, in de getuigenis na Auschwitz ? Hoe heeft Auschwitz niet alleen de getuigenis veranderd, maar ook ons begrip van getuigenis ?
Vandaag is politiek biopolitiek
Het boek maakt deel uit van een trilogie (en ook hier: de eerste twee boeken van deze trilogie niet gelezen hebben, helpt waarschijnlijk niet veel…). Uit de twee vorige bleek al min of meer dat de huidige politiek een “biopolitiek” is in de zin dat ze bijna uitsluitend de ambitie heeft om te “laten leven”, of meer exact (en dat blijkt uit dit derde boek) om de mensen “te laten overleven”, of het dan menselijk is of niet maakt voor die zgn. biopolitiek niet veel uit.
Het niet-menselijke van de mens
Na een hoofdstuk over “de getuige” (hoofdstuk 1), wijdt Agamben een hoofdstuk aan een bijzondere categorie van gevangenen in Auschwitz, die in het jargon van de kampen “de muselman” genoemd (hoofdstuk 2). De origine van deze term is niet echt duidelijk, maar de smekende en kwetsbare houding van de biddende moslim (met gebogen hoofd en uitgestrekte armen) zou er voor iets tussen kunnen zitten. In elk geval is het de gevangene die helemaal “leeg” is vanbinnen, die geen enkele eigen wil meer heeft, die geen angst meer heeft voor de dood, die je niet levend en niet dood kan noemen. Na een lange uitweiding over hoe je deze “muselman” kan omschrijven, wat precies zijn eigenschappen waren, besluit Agamben dat de muselman -waarin het “menselijke” en het “onmenselijke” nog nauwelijks te onderscheiden vallen- eigenlijk zowel menselijk als niet-menselijke eigenschappen heeft. Het schokkende nieuws bestaat er dus uit dat de mens eigenlijk ook iets niet-menselijk bevat. Anderzijds, kan het menselijke nooit helemaal kapot gemaakt worden. Er blijft altijd iets over (the remnant, quello che resta): dat is de getuige die over het niet-menselijke getuigt.
Schaamte of het subject
Het wordt pas echt ingewikkeld als Agamben het over de “schaamte” heeft in het derde hoofdstuk met als titel “la vergogna, o del soggetto”, “de schaamte of over het subject”. Vele holocaustoverlevers voelen zich (op een voor henzelf onverklaarbare manier) beschaamd dat ze overleefd hebben. Deze schaamte wordt meestal in verband gebracht met een (onterecht) schuldgevoel. De overlevers hebben het gevoel dat ze in de plaats van iemand anders overleefden. Volgens Agamben is het allemaal wat ingewikkelder. Op zich is schaamte (ook buiten de holocaustcontext) het gevoel dat ontstaat als gevolg van een spanning tussen “subjectivisatie” en “desubjectivitatie”: je wordt geïdentificeerd met iets waarmee je niet wil samenvallen, maar waarvan je je ook niet helemaal kan distanciëren. Hetzelfde gebeurt dus ook met de overlevers.
Het antwoord van de getuigenis
De getuige getuigt over het niet menselijke. Hij legt de spanning bloot tussen een waardig leven en een niet waardig overleven. Daarom is de getuigenis het antwoord op de ambitie van de biopolitiek om het leven te herleiden tot een ‘onmenselijk overleven’.
De oneigenlijke toe-eigening van een schrijver
Agamben is een Italiaan, en niet toevallig gebruikt hij de belangrijkste Italiaanse “literaire” getuige van de kampen, Primo Levi, als referentiepunt. Het probleem schuilt in het werkwoord. Agamben “gebruikt” Levi, maar kan Levi wel “gebruikt” worden om een ingewikkeld maar eensluitend filosofisch discours te staven ? Levi is een schrijver, geen filosoof. Hij stelde filosofische vragen, formuleerde antwoorden, maar wie op basis van zijn werken een eigen filosofie ontwikkelt, gaat toch wel wat ver.
Nog zin ?
Ik betwijfel of er iemand van de talrijke lezers nu naar de bibliotheek zal rennen om Agamben uit te rekken te halen. Mocht dit het geval zijn: voilà de referentie: Giorgio Agamben, Remnants of Auschwitz: The Witness and the Archive, trans. Daniel Heller-Roazen, Zone Books: New York, 1999.