Gisterenavond had ik voor mezelf een klein prefab-quicheke gekocht. Echt klein hè. 10 cm doorsnede max., echt waar. Laat gisteren nu ook juist de avond zijn dat ik ook wou beginnen meedoen met de Weight-Watch-rage die in mijn omgeving woedt (ik heb in mijn weekje vakantie doorgebracht met mensen die bijna full-time hun “puntenlijst” uitpluisden, hun stukje baguette afwogen, hun minuten zwemmen timeden…) Zelf ben ik niet in bezit van de gouden “boodschappengids” van WW, maar deze site bracht soelaas. Ze bevat een heuse WW-puntencalculator. Naarstig tik ik de calorieën in, de vetten, de vezels; alles zoals aangegeven op de verpakking van mijn quicheke. Resultaat: 24 pnt.! In WW-taal is 24 pnt voor één maaltijd zoiets als totally, but totally not done. Regelrechte doodzonde. Ik had mijn eigen max. op 20 punten per dag gelegd (“professioneel” berekend via dezelfde site). Maar ja, die quiche stond al wel in de oven hè. Toch ben ik flink begonnen met slechts één helft te eten. 5 centimetertjes quiche zeg maar. Maar toen heb ik van die andere helft toch ook nog maar een stukje afgesneden, en dan nog eentje en nog eentje. En toen was de quiche op , en borg ik mijn WW-plannen nog even op.
(met excuses aan Veerle voor deze post, die misschien even meewarig zal glimlachten bij zoveel beginnersfouten… )
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Ik ben sinds zaterdag héééélemaal alleen thuis: geen jengelende kindertjes, geen afleidende man, weinig bezoekjes. En dus ben ik hard aan de thesis aan het werken. De dagen zijn nu dubbel zo lang dan normaal en ik denk dat ik mijn man en mijn kinderen en mijzelf eeuwig dankbaar zal zijn voor deze anderhalve week om volop aan de thesis te werken.
De bedoeling is om het écht helemaal af te hebben. Enfin. Ik bedoel daar mee, klaar om de nieuwe stukken nog voor te leggen aan mijn huis-corrector en man om de laatste (Italiaanse) taalfouten eruit te halen. Dat neemt nog wel de rest van augustus in beslag en ondertussen kan ik dan ook alles nog aan andere mensen laten lezen, aan voetnoten en bibliografie en dergelijke meer werken. 22 september is the final final deadline om de thesis “neer te leggen” (final als ik in december wil verdedigen, dan zouden we ook een studiedag organiseren samen met verdediging). Of het zal lukken weet ik nog niet [Het moet, Bright, het moet!]. Ik neem me voor ervoor te zorgen dat het af is. Ik bedoel: ik wil natuurlijk liefst langer aan alles zitten, en het nog beter maken, maar ik wil het ook af hebben, en dat tweede primeert nu even. Zoals een collega me ooit zei: als ‘t geld op is, is de thesis ook klaar… (en aangezien mijn geld al ongeveer een half jaar op is, is het nu wel tijd dat die thesis ook volgt)
Ik heb een gekke Amerikaanse collega-doctoranda (die op hetzelfde onderwerp doctoreert) en die stuurt mij zinnetjes door om me moed in te sprekken, die ik op bevel in een “google-sidebar” (nota’s) heb geschreven, zoals daar zijn “Something is better than nothing”, “Do your best. Your best varies.”. Super Amerikaans maar toch wel lief.
Ja, ja, ik hoor u al. Beter aan het werk gaan dan me met google-sidebars en dergelijjke bezig te houden. I will. I will.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Zou het kunnen dat er zoiets kan ontstaan als een Stockholmsyndroom bij de computergebruiker ? Pakweg een maand geleden had ik mijn pc’tje met veel plezier uit het raam gekeild als er wéér eens een onbewaard document werd afgesloten na een foutmelding, of als het internet blokkeerde en er geen enkele pagina meer open geraakte.
Na een aantal intense dagen in gijzeling bij mijn computer, valt het me op dat ik hem heel anders begin aan te spreken. Ik zeg dan bijvoorbeeld (meestal niet luidop); “ja, computerke, ik weet het, gij zijt ook overspannen hè, ik weet het zene. Ma ja, ge zult toch moeten doorbijten hè, want we moeten nog veel doen… “
Of zou ik gewoon mijn kinderen missen ?
Ingedeeld onder: Senza Categoria

Wat eet een mens als hij eens niet moet koken ? Frietjes van ‘t frituur. Inderdaad. Dat frietjes niet echt de meest verfijnde voeding is, wist ik al. Maar ik had er nooit bij stilgestaan dat sommige mensen frietjes linken aan de basse classe, aan het proletariaat, zeg maar.
Sinds kort is in onze “wijk” een frituur gekomen. En als ik zeg wijk, bedoel ik ook echt een wijk. Wij wonen in een verkaveling die iets mee heeft van een veredeld caravanpark. Drie afgesloten straten met min of meer gelijke aansluitende woningen met mini-tuintjes. In het begin van de verkaveling is er plaats voor winkels. Tot nu toe zijn daar gekomen : een kapper, een broodjeszaak, een droogkuis en nu dus ook… een frituur. Toen ik overlaatst aan één van onze buren vroeg of ze al naar de nieuwe frituu waren geweest, was hun antwoord negatief, want, zo zeiden ze, wij vinden het niet leuk dat hier een frietkraam is gekomen en willen dat boycotten. Qué ? Eerst snapte ik er niets van. Wat is het probleem ? Als je geen frietjes wil eten, hoeft dat toch ook niet. Toen daagde het me dat ze het misschien heel onchique vonden, zo’n frituur. We wonen tenslotte in een soort Vlaamse Beverly Hills (zoals u al uit mijn beschrijving kon afleiden) en geef toe, Beverly Hills met de geur van frieten…. Dat is hetzelfde niet.
Toen ik dit anecdotegewijs aan mijn vader vertelde, herinnerde hij zich nog het commentaar van een Brusselse conciërge op het gebruik van een frietpot in hun eerste huurappartement. “Ce n’est pas une maison de pauvres ici”… Tja. That says it all.
Daar moest ik allemaal aan denken -aan de mensen en aan hun absurde vooroordelen- toen ik vandaag voor het eerst frietjes ging halen in onze buurtonterende frituur.
Ingedeeld onder: Senza Categoria

Smul
Ik schotel hem zoveel mogelijk groenten en fruit voor, en hij eet die ook wel, maar dromen over ijsjes, taart, koekjes enz. kan ik moeilijk tegenhouden. Natuurlijk houden alle kinderen daarvan, maar ook nu viel het weer op dat hij van de vier kinderen die mee op vakantie waren het meest naar allerlei zoetigheid verlangde.
En toen zei hij ineens tegen mij : “Mama, ik ben zoals kabouter Smul. Ik heb altijd honger”. Voor de gelukkigen onder ons die hun dagen niet met Kabouter Plop en aanverwanten moeten doorbrengen: kabouter Smul is een absoluut obese kabouter wiens diepgaande rol beperkt blijft tot taarten eten. Gek toch, hoe kinderen – zonder ooit van problemen als het toenemend overgewicht te hebben gehoord – plots je eigen angsten in een onschuldig beeld vatten. Nee, lieve jongen, jij wordt geen obese schertskabouter. Jij bent en blijft een lieve, slimme jongen, ook al zal je nooit graatmager zijn en hou je nu eenmaal van zoet. Maar dat zoet, dat zwemmen/lopen/fietsen we er wel weer af.
Ingedeeld onder: Senza Categoria

Ik heb het overleefd. En ervan genoten. De eerste dagen waaide de Mistral nogal ongeremd door de lavendelstruiken, maar de twee laatste dagen waren gloedheet en windstil, zoals je van een vakantie in de Provence verwacht.
Binnenshuis hing er af en toe wat elektriciteit in de lucht. Wat wil je met 5 mensen van dezelfde “familieclan”, twee “aangetrouwden”, vier kinderen in de kleuterpubertijd, en dat alles verdeeld over slechts vier slaapkamers ? Maar het bleef gelukkig bij wat spanningen en de kinderen beleefden de tijd van hun leven. 3 op 4 van onze schepseltjes leerden in het zwembad hun plan trekken met zwembandjes en zijn eindelijk op weg naar zelfstandig zwemmen, zodat we hopelijk volgend jaar (bij een eventuele herhaling) wat minder ongerust moeten zijn over dat zwembad dat behalve veel plezier, toch ook een gevaar betekent voor onze peuters-kleuters. Zoals mijn moeder het formuleert (zoals alleen moeders dat kunnen): “een ongeluk is vlug gebeurd”.
Ondertussen ben ik terug thuis. M. vertrekt morgen vanuit de Provence richting Italië met de kinderen. Wat wil zeggen dat ik héélemaal alleen thuis ben. Wow. Het huis is plots groot en leeg en stil en ordelijk (maar zonder de opruimende hand van M. zal dat waarschijnlijk niet blijven duren). De bedoeling is dat ik de eindrace naar de thesis morgen inzet. To be continued…
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Morgenavond vertrekken we eindelijk op vakantie. Het is écht wel meer dan tijd. Vooral voor mijn oudste zoontje. Na het initiëel enthousiasme voor het speelplein, begint het echt zwaar te worden. ’s Morgens blijft hij aan mijn rokken plakken, vraagt hij me honderd keer of ik hem echt wel kom halen… M. (man) is er ook aan toe; zijn wallen halen alle mogelijke records. Mijn jongste zoontje is nog het meest uitgerust van allemaal. Die gaat met veel plezier naar zijn oude vertrouwde crèche (maar dit wel voor de laatste week, maar dat dringt nog niet tot hem door…)
En ik ? Zoals gewoonlijk is dit weer één van die data waarop de thesis echt ging af zijn. En dan gingen echt de eerste twee delen af zijn. Wel, het tweede deel is bijna af. Enkel voor het laatste hoofdstuk zag ik even niet meer zitten om dat nog heel snel te herschrijven. Als ik jonger en kinderloos geweest zou zijn, zou ik nu waarschijnlijk nog keihard zitten freaken om alles af te krijgen, maar nu staan mijn gedachten er niet op. Ik ben afgeleid door honderd dingen: de boeken die ik wil meenemen, het aantal pampers, lakentjes, zonnehoedjes dat we nodig hebben, de factor van de zonnemelk… Ik doe dus wat ik kan, en stuur een “voorlopige” versie door aan promotor, in de hoop dat hij die wil lezen.
Ik heb me voorgenomen niet te werken op vakantie. Niet alleen voor mezelf maar ook voor mijn familie. Het zal trouwens zo al moeilijk genoeg zijn. We zitten namelijk met heel de familie (allé, mijn ouders, zussen en uitbreiding) in hetzelfde huis. De ideale bron voor conflicten… Als ik het overleef, begin ik na terugkomst terug vol frisse moed aan de thesis-eindspurt… Over een goed weekje laat ik weten hoe dat is afgelopen.
Deze DVD was nog een souvenir van onze Lissabontrip vorige kerst. Na die een paar maanden in de kast te laten rijpen, hebben we dus eindelijk tijd genomen er naar te kijken.
En het was knap, dit debuut van de Portugees Marco Martins over een vader in zijn zoektocht naar zijn mysterieus verdwenen driejarig dochtertje Alice.
In de hoop Alice terug te vinden, installeert hij een tiental camera’s in huizen, appartementen, balkons enz. verspreid over heel Lissabon, in de hoop om op de filmpjes een spoor van zijn dochter terug te vinden. Dat levert een aantal blauwachtige beelden op, een blauw waarmee ook de hele film is oversluierd. Een beetje zoals in Bleu van Trois couleurs dus, enkel dat ik hier wel snap waarom alles blauw is. De details van de verdwijning komen we niet te weten. We zien alleen de inspanningen en het stil verdriet van de vader. Heel vreemd deed deze film mij en M. soms denken aan het boek van Veronesi, Kalme chaos, dat we onlangs allebei verslonden. Ook hier een vader die de tijd even stil zet, ook hier vertellen anderen hun kleine zorgen aan de vader als “middelpunt” van het verdriet. Zou Veronesi de film gezien hebben ? Soms denk ik dat ik meer lef zou moeten hebben in het leven: gewoon even mailen naar Veronesi en dit vragen. Ook al is er geen enkele speciale reden om dit te willen weten.
Alleen het einde van Martins film beviel me niet zo. Om eerlijk te zijn, ik snapte dat einde eigenlijk niet. SPOILER SPOILER: Hij ziet een meisje op straat dat zijn dochter zou kunnen zijn, en loopt door. Waarom ? Wist hij dat het zij niet was ? Is hij eindelijk gestopt met de hele wereld in termen van Alice te zien ? Wil hij haar niet meer terugvinden ? Is hij te uitgeput nog verder te zoeken ? Ik hou niet van dit soort multi-interpreteerbare eindes. En wat het ook betekende: optimistisch was het niet. Dus je blijft ook niet echt met een vrolijk gevoel achter. En ook al moet natuurlijk niet elke film een “feel good” movie zijn, toch kan ik het wel appreciëren als je je niet de hele avond rot moet voelen na het zien van een film.
Maar toch. Als u zich verveelt op een druilerige dag…
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Kent u deze nog ?
Ok. Ik geef toe. Het was geen rat, maar een veldmuisje. In mijn overspannen hoofd neemt het echter buitennormale proporties aan, vermenigvuldigt het zich razendsnel, en zorgt het voor visioenen van een ontelbare muizenpopulatie die mij het huis uit drijft.
Het ging zo. M. zat op de zetel toen hij het muisje plots zag rondtrippelen en weer onder de zetel verdwijnen. Hij riep hierop naar mij die, nog nietsvermoedend, boven de kinderen in het bed aan het jagen was (naar mij dus, hè… Volgens welk rollenpatroon is dat nu? Hij vond het bij mijn onbetaalde job en mijn moeder-zijn, blijkbaar ook nog mijn taak hem te assisteren in de actie “muis verjagen”. Enfin.) De “grana padana”-kaas die we op het tapijt voor de zetel strooiden, liet deze muis volledig koud. Uiteindelijk trok M. zijn stoute schoenen aan en hief de zetel omhoog. Het dier vluchtte eerst even onder de kast, tot ik het ineens naar buiten zag lopen. Ik wendde echter – door angst overmand – op het cruciale moment mijn blik af, zodat ik niet helemaal zeker was dat ze wel helemaal echt naar buiten was gelopen. M. had – typisch mannelijk - weer niks gezien, en was ook nog eens kwaad dat ik had weggekeken. Enfin. We hebben ze toch niet meer terug zien rondtrippelen. Volgens onze buren schuilt er een nest onder hun – aan onze tuin grenzend – terras. Ik heb hen dan ook met de nodige schuldgevoelens opgeladen en hen vriendelijk uitgenodigd hier iets aan te doen. Vergif vonden we allebei geen optie. Muizenvallen ? Ook wel wreed, maar ja. Misschien schaf ik mij ondertussen wel zo’n apparaatje aan dat de beestjes ultra-sonischgewijs naar de buren (terug)stuurt… U ziet het: een carrière als held zit er dus ook in…
Ingedeeld onder: Senza Categoria
(voorbereiding voor de doctoraatsverdediging)
Beste leden van de jury, Het uiterst tot heel uiterst nauwkeurig aanvullen van de voetnoten was louter en alleen ter uwer verduidelijking, zodat – indien u even verstrooid dreigde te wezen – u er toch niks zou ontgaan, of – indien u graag een bepaald thema zelf verder wilde uitdiepen – u hierbij al een nuttige aanzet had. Het heeft dus niets, maar dan ook niets, te maken met een eventuele wil om het wat aan de beperkte kant aantal bladzijden kunstmatig op te drijven door het plaatsen van allerlei irrelevante en compleet nutteloze details die totaal naast de kwestie zijn, in de voetnoeten.