Ingedeeld onder: Senza Categoria
M. slaapt slecht. Daardoor heeft hij een nieuw taboe in het leven geroepen. Vòòr hij gaat slapen mag ik niet over zijn werk spreken, want dan kan hij niet meer slapen. Tja. Hij is meestal pas na zevenen thuis. Dan probeert hij nog wat papa-tijd te recupereren, en probeer ik de kinderen hun bed in te werken. Daarna sport hij wat (home-trainer) en kijkt hij naar een film, terwijl ik verder ploeter aan mijn never-ending-doctoraat… Dus als we tijd hebben om een deftig woord tegen elkaar te zeggen, is het meestal als we in bed liggen en is het taboe al lang van kracht. Ik kan het natuurlijk over mijn “werk” hebben. Over waarom dat fantastische idee dat aan de basis ligt van mijn tweede stuk nu uiteindelijk toch niet blijkt te kloppen, en waarom heel dat tweede stuk nu eigenlijk niet meer werkt. Maar zo wreed ben ik ook weer niet. Zijn werk is geen optie. We praten dan maar over de kinderen, over het potje, over de teletubbies en plop… Maar dat doe je ook geen urenlang. Gisteren trok ik mijn stoute schoenen aan en maakte ik, tussen kabouter klus en kabouter lui door, een omfloerste verwijzing naar zijn werk. Hij bekeek me (ik voelde zijn blik priemen in het donker) alsof hij nu het komende jaar niet meer ging kunnen slapen.
Tja, misschien moeten we maar eens beginnen doen alsof hij werkloos is. Dan kan ik tenminste vragen hoe dat solliciteren nu verloopt, en wat er allemaal gebeurt als je zo thuis zit. En als we er dan toch zijn. Dan doe ik ook wel alsof ik een regular job heb. En vertel ik hem honderduit over mijn collega’s, de koffie-automaat, de roddel en achterklap, het drukke verkeer…
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Ik koop regelmatig snoep uit compensatiedrang. Niks heerlijkers dan zo’n hele zak snoep naar binnen werken en je dan – half misselijk – af te vragen wat daar nu eigenlijk zo lekker aan is. Deze morgen dreigde mijn compensatiedrang echter bijna verkeerd af te lopen. Ik was inkopen gaan doen, niet in mijn gewoonlijke supermarkt, maar wel in de Colruyt. Nu verkopen ze daar van alle dingen héél goedkoop, maar liefst wel in gròte hoeveelheden. Zo komt het dat ik buitenkwam met een kg. “winegums” aan een zeer schappelijke prijs. Enkel dat een kilo winegums echt wel veel is. Toen ik net iets meer dan de halve zak op had, kwam er een zeldzaam verstandig signaal mijn hersenen binnen (dit is vooral verbazingwekkend aangezien mijn compensatiedrang samengaat met verstand op nul) dat me zei dat ik misschien toch al wel voldoende gecompenseerd was. Ik zette prompt het knoopje van mijn jeans open en verstopte de zak ergens in een lade. Dank u, gezond verstand. Anders lag ik nu in het ziekenhuis om mijn maag te laten leegpompen. En dat is op mijn leeftijd toch lichtjes genant.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Mijn ouders zaten er redelijk goed voor. Enfin. Niet dat ik in een kasteel ben opgegroeid hè. Laat ons zeggen dat ze zich geen financiële zorgen hoefden te maken. We woonden in een mooi huis met een mooie tuin. De huizen van vriendinnetjes waar ik ging spelen vond ik meestal klein.
Nu woon ik zelf in zo’n “klein” huis, met een “kleine” tuin. En zo ziet het leven van mijn kinderen er ook anders uit dan dat van mij vroeger. Niemand die hen van school komt halen en voor hen zorgt tot mama en papa thuis zijn, maar nabewaking en speelpleinen. Geen schommel, geen zandbak in onze mini-tuin. Geen kleertjes uit boetieks maar van C&A of Zeeman. Bescheiden vakanties naar familie, en geen afgehuurde vakantiehuisjes.
En, u raadt het al. Toch ben ik niet echt minder gelukkig (moest er al gebrek aan geluk zijn, komt dat door mijn eeuwig aanslepende doctoraat).
Ik zal maar eerlijk zijn met mijzelf. Ergens helpt het je toch op één of ander manier dat je een “back-up” hebt. Dat je weet als het helemaal fout loopt, je er toch nog iemand uit de nood zal kunnen helpen.
Als dat niet zo was, was ik er misschien nooit aan begonnen, aan dat doctoraat. Of was ik er mee gestopt als ik merkte dat het behalve weinig geluk ook geen geld opbrengt. Dan had ik me misschien uit de naad gewerkt zoals mijn ouders deden zodat mijn kindjes het later wat rustiger aan zouden kunnen doen.
Nu mijn zoontje zòò flink naar het speelplein gaat (zie vorig postje) gaat ook zijn plaatselijk taalgebruik er weer op vooruit. De tijd van “lalalamapa” of ”ik pipi doen” is al lang achter ons. Nu zijn het eerder zinsneden als:
-wow, die-en ballon doe kei-coole dingen
-(tegen zijn broer) pas maar op, of ik zal u is nen boks verkopen
-die bokes zijn keivies
Die is al helemaal klaar voor de tweede kleuterklas…
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Een van de voordelen aan een blog is dat je zo heerlijk ongegeneerd kunt stoefen (echt waar, in het echte leven probeer ik er een rem op te zetten). En waarover zou ik anders stoefen dan over mijn fantastische, overbegaafde (zapnimf (sorry dat ik je nogmaals citeer) zou zeggen overbegiftide) doetjes van kinderen.
Mijn oudste zoontje heb ik deze week naar het lokale speelplein gestuurd. Eerlijk gezegd, niet zonder wroeging. Ik zit thuis wat voort te ploeteren aan mijn doctoraat (met tussendoor wat blogbezoekjes) en ondertussen dump ik mijn kind op het speelplein. Dat alles voor de democratische prijs van drie euro… Maar weet je wat ? Mijn zoontje doet dat supergoed. ’s Morgens moet ik even bij hem blijven tot hij een bekend gezicht ziet, dan vertrekt hij, draait zich nog eens vluchtig om om te zwaaien en begint te spelen. Om 16;00 ga ik hem halen. Hij is dan pikzwart van het spelen, een beetje lastig wegens vermoeidheid, maar stapt toch nog altijd zonder klagen of morren over dat speelplein de auto in. Hij doet mijn schuldgevoelens razendsnel weer slinken.
En nu allemaal in koor: ik heb de braafste, slimste, meest fantastische kinderen ter wereld (maar geen nood als u het niet schrijft hoor: ik wist het eigenlijk toch al).
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Een tijdje geleden las ik deze post bij Zapnimf. Tijd om even stil te staan bij mijn (gigantische -> ik kreeg ‘m niet kleiner) Maslowdriehoek. Wel: òf ik ben fout, òf Maslow was fout. En aangezien Maslow (naar ik lees op Wikipedia) toch al wel een kleine veertig jaar onder de grond ligt, hou ik het op het tweede. Dat zit zo: Fysieke behoeften lukken nog net (ademen, sex, excretie en meer van dat). Bij veiligheid wordt het al wat moeilijker, vooral de materiële veiligheid. Ik leef met een oog aan de bankrekening gekluisterd en mijn oor is voortdurend gespitst wachtend op een boze telefoon van de bankdirecteur. Met de liefde is het voorlopig ook nog wel Ok, maar mijn vriendschappen gingen bergaf door de combinatie van kinderen en een doctoraat. “Respect of others”, dan, lijkt wel een grapje. Voor mijn promotor een blok aan het been, hetzelfde voor overige commissieleden. Familie en vrienden verdenken dat mijn doctoraat een dekmantel is voor een heerlijk lui bestaan. En toch en toch. Ondanks dat bijna geen enkele basisvoorwaarde vervuld is, probeer ik me hier maar tegen beter weten in te “zelfontwikkelen”: creatief, spontaan, probleemoplossend eheum ehuem… Hopende dat Maslow zich echt wel vergist heeft.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Nadat mijn promotor zich weken in een mysterieus stilzwijgen had gehuld (samen trouwens met de andere commissieleden) liet hij nu weten dat hij vanaf half juli werk “van mij” maakt. Dat wil zeggen dat ik nu plotseling toch weer in the running ben. Bedoeling is om in september in te dienen, om dan in december te kunnen verdedigen. Help. Nu wordt het echt wel dringend hè… Ok Ok. Ik doe al voort…