Ingedeeld onder: Senza Categoria
Het slechte. Het is ingewikkeld, maar het komt er op neer dat M. vanochtend op zijn werk te horen kreeg dat zijn functie niet langer zal bestaan na de fameuze herstructurering van het bedrijf, waarbij vijftig procent van de werknemers de deur wordt gewezen. Zo iets als een doodsvonnis dus, enfin, voor wat zijn job betreft. Door één of andere wet in België moet er een soort afkoelingsperiode gerespecteerd worden en mogen ze nog niet weten wie er nu precies ontslagen wordt, maar dit klinkt niet goed.
Terwijl ik hier op het puntje van mijn stoel zit te wachten op meer nieuws en ongeveer vijftig keer per minuut mijn email controleer, lees ik dat ik als eerste ben gerangschikt voor een job waarvoor ik heb gesolliciteerd. Niet de job van mijn leven (halftijds om te beginnen), maar wel iets beter dan wat ik nu doe, iets waar ik veel zin in heb,… Goed nieuws dus.
En ja, natuurlijk voel ik me schuldig, dat ik al weken depressief rondloop, en ik luidkeels verkondig dat mijn leven een continu falen is en niemand van mijn uitzonderlijke kwaliteiten (eheu eheu) wil gebruik maken, terwijl M. er als altijd vrolijk en zelfzeker bijloopt… Maar, eerlijk waar, mijn kwaliteitjes zijn niets vergeleken bij die van M. Duimen maar dat het goedkomt.
Ingedeeld onder: Senza Categoria
Vanmorgen in de tuin:
“Moet jij in de vakantie naar school?” hoor ik mijn zoontje aan het buurjongetje vragen.
“Naar het speelplein, bedoelt hij” verbeter ik snel. Het speelpein is nu heel toevallig op een school.
“Nee hoor”, antwoordt het buurjongetje, “ik moet héél de vakantie niet naar school, ik mag héél de vakantie naar pretparken gaan en met videogames spelen”.
“Vooral dat laatste zeker”, dacht ik, maar ik zei het maar niet luidop.
“Mama, ik wil ook niet naar school” zegt mijn zoontje dan. “Lap” denk ik.
“Je moet je niet laten beïnvloeden door M.” zeg ik streng. Deze boodschap is vooral tegen de 8-jarige M. gericht, want weet mijn 4-jarige wat het woord “beïnvloeden” betekent.
Een tijdje later moeten we vertrekken. “Komaan, of we zijn te laat” zeg ik gewoontegetrouw, vakantie of school be it.
“Ja, vertrek maar snel” zegt M. “als ik naar het speelplein zou mogen, zou ik direct vertrekken”…
Hij had de boodschap begrepen. Niet slecht voor een 8-jarige. Maar toch ook wel wat zielig want ik denk niet dat het helemaal gelogen was.