Maandelijks archief: september 2011

Waa-joo ! (mijn dag)

Na een wat al te druk weekend (vrijdagavond voetbal – zaterdagochtend voetbal – zaterdagavond trouw – zondagmorgen voetbal – zondagnamiddag naar vrienden), traag op gang gekomen om naar vergadering te trekken.

Na aanraden van de madam van de winkel zwarte mascara gekocht en heel de dag op mijn ongemak geweest en het gevoel gehad (en ik denk dat het echt zo was) dat mensen naar mijn ogen keken en naar die overdreven mascara.

In de vergadering niks gezegd onder het mom van “ik ben nieuw  – ik zal maar zwijgen” maar achteraf was het toch dik onnozel dat ik niks heb gezegd.

Toen ik thuis kwam barstte Barba-no direct in tranen uit omdat hij naar eigen zeggen een keirottige dag had gehad waarin verschillende kindjes hem hadden pijn gedaan. Vijf minuutjes later wel over, gelukkig.

Man lag tegelijk op de zetel met barstende hoofdpijn en nog werk op  ‘t programma. Hij heeft het moeilijk met de drukke weekends + stresserend werk. Heeft zich ondertussen teruggetrokken met laptop in onze bedstee.

In de krant gelezen (over onderzoek van Jürgen Jaspers) dat als mijn kinderen hun stopwoordje “wajoo” uitspreken dat eigenlijk Arabisch of Berbers is. En dat vind ik dan weer keicool ofte “waaaa-jooo”. De enige petit bonheur dans la journée, zou ik zo zeggen.  Dank u Jürgen.

Een voetballer en een ijscoman/visser

De oudste wordt voetballer. Daar is hij zeker van. Hij vertelde gisteren aan mijn zus dat hij echter niet zeker was dat ook zijn broertje verder naar de voetballes gaat komen, want die gaat ijscoman doen. Ja, volgend jaar, zal die waarschijnlijk ijscoman gaan doen. Want later wordt die ijscoman en dan mag ik van hem gratis ijsjes eten. Waarop de jongste tussenkomt dat hij al lang niet meer ijscoman wil worden maar visser.
U ziet het. Er liggen mooie dagen in het verschiet. Vol goals en ijsjes en verse vis.

De Messi-vraag

Vlak voor het slapengaan. Hij ligt al in bed en ik zoek in zijn kast nog wat kleren voor de volgende dag. “Mama denk je dat ik ooit Messi zal verslaan?”. Wat moet je daar op antwoorden zonder die vertederende jongensdroom brutaal aan diggelen te slaan? Het cijfermatig benaderen ? “Schat weet je hoeveel mensen er in de wereld zijn?”. Met zijn vijfduizend zat hij er lichtjes naast. “Wel, van al die mensen is er maar één die de allerbeste is. De kans dat jij dus nog beter bent is vrij klein. En bovendien is Messi ongeveer twintig jaar ouder dan jou. Dus als jij er 20 bent is hij er 40. Dan is hij al gestopt met spelen en dus zal je waarschijnlijk nooit tegen elkaar spelen.” Alle andere commentaar op zijn voetbalspel dat we vanaf nu wekelijks (u leest het goed: wekelijks!) kunnen waarnemen in de matchen die hij met zijn B-ploegje mag spelen, heb ik achterwege gelaten. Ik ben wel masochistisch (anders zou ik me niet drie keer per week aan zijn voetbalactiviteiten onderwerpen), maar het heeft zijn grenzen.

Flowen

Er zijn van die “kinder/jeugd/jongvolwassenervaringen” waarvan ik dacht dat ze nooit meer zouden terugkomen. Zoals daar zijn: na een rotdag veilig terugkeren in het ouderlijk nest en het idee hebben dat je niks kan overkomen, een echt kampgevoel hebben, uren naar dezelfde muziek kunnen luisteren, onnozel verliefd worden op onbereikbare jongens/mannen …. Na huwelijk + kinderen dacht ik dat hier nooit iets meer van ging terugkomen. Ik vond dat ook niet zo erg. Een nieuwe fase in het leven. Nu de kinderen weer iets groter zijn  (5 en 6) en er terug iets meer tijd is, komen flarden van die gevoelens soms terug. Niet van allemaal, natuurlijk: met een namiddag in het ouderlijk nest kom ik altijd wel voor een hééél tijdje toe, en verliefd worden op onbereikbare mannen hoeft natuurlijk helemaal niet meer : ). Wat me nog niet gelukt is, maar waar ik soms een vleugje van terugvind: heel de dag bezig zijn met iets zonder je te (moeten) laten afleiden door zorgen over huishoudens, eten, wat-moet-er-op-de-boterhammen (en is er brood?), strijken, wassen, poetsen, voetbal en muziekschool …. Om het met een modern woord te zeggen: ik verlang naar de flow-ervaring. Dat zou fijn zijn. Zoals wanneer ik tijdens de blok een hele dag niets anders deed dan studeren (ondertussen vond ik het eten op tafel en de propere kleren in de kast). Zo zal het wel niet meer zijn, maar die concentratie kan ik nu op 5 jaar afstand van de laatste geboorteworp soms nog terugvinden en dat vind ik cool. (PS: ik was dan ook geen normale puber/student natuurlijk; zoiets zet zich door in de volwassenheid).

Vrouwelijk haantjesgedrag

Ik zie M. regelmatig en ken haar goed. Nu was er plots een “nieuwe” man in ons gezelschap en dat zullen we geweten hebben. De sporadische “sterke taal” (denk aan dingen als “merde”) vermenigvuldigde zich plots. Ze wist ook plots van alles te vertellen over van alles en volgens mij zat ze er af en toe ook flink naast. Het nieuw gezelschap moest nog maar een nieuw onderwerp aansnijden of we werden al overspoeld door een aaneenrijging van namedropping van allerlei specialisten van haar kant. “Als je daar meer over wilt weten, moet je die en die lezen…”. Dat soort opmerkingen, ontzettend snel en volgens mij meestal onzettend uit de duim gezogen.

Haantjesgedrag van een vrouw dus. Zou ik wel eens iets meer over willen lezen. Als ik eerst die honderd andere boeken heb uitgelezen die ik eerst zou willen lezen uit heb, that is.